“Geen reden om werving op lager pitje te zetten”

Tineke Netelenbos, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, vindt de zeescheepvaart een boeiende branche. Via de Taskforce Arbeidsmarkt Zeevarenden (TAZ) wordt hoog ingezet op de promotie van het zeevarende beroep. Het arbeidskrachtentekort in de scheepvaart is nog steeds groot.  De huidige instroom is 250 tot 300 en er is een verdubbeling vereist. “Reders willen toch het liefst met Nederlandse officieren varen. Daarvoor moet je stages en banen bieden. Dat kun je beter collectief doen dan dat elke reder dat voor zich probeert te regelen. Dus als iemand wil gaan varen, bemiddelen wij in het vinden van de stages en banen,” zegt Netelenbos.Als KVNR-voorzitter brengt zij nu in de praktijk wat zij in 2007/8 heeft helpen opzetten met de Taskforce Arbeidsmarkt Zeevarenden (TAZ). “Het verschil met toen is dat het destijds in de scheepvaart bijna niet op kon en aan de lopende band nieuwe schepen werden besteld en in de vaart kwamen. Dat het nu tegenzit, is echter geen reden de werving op een lager pitje te zetten. En het actieprogramma van de TAZ is niet zonder resultaat gebleven. Het aantal aanmeldingen van studenten voor de nautische opleidingen is dit jaar verdubbeld. En meer zijn nog steeds welkom want de vraag blijft groot. In totaal volgen ongeveer 2200 jongeren een nautische opleiding. Dat is gewoonweg niet genoeg om de schepen van de Nederlandse vloot te bemensen. We móeten wel mensen uit het buitenland halen. Daarvoor bestaat al een school op de Filipijnen waar mensen worden opgeleid. Maar het liefst werken veel reders toch met Nederlandse krachten, vanwege de taal.”

Garantie van stage- en baangarantie

De voorzitter meldt dat ook na een baan op zee er werk is te vinden. “Gemiddeld zijn mensen een jaar of acht officier, om vervolgens aan wal te gaan werken. Daar zitten ze namelijk te springen om mensen met nautische ervaring voor beroepen als havenmeester of loods. Als officier vind je dus altijd werk. Sterker nog: ondanks de crisis garanderen we als branche nog steeds een stage- en baangarantie.”

Jongeren hebben een verkeerd beeld van de scheepvaart, denkt Netelenbos. Doembeelden als je familie en vrienden nooit zien en altijd weg zijn, heersen. Ze wil dit beeld nuanceren: “Je hóeft niet lang van huis te zijn. Tegenwoordig vliegen er toch ook vliegtuigen? En vergeet niet dat je na twee weken ‘op’ ook weer twee weken ‘af’ bent en dus vakantie hebt. Er zijn daarnaast enorm veel arbeidskansen. Als officier leid je een vrij bestaan waarin je veel van de wereld ziet. Al op jonge leeftijd draag je verantwoordelijkheid, en het zijn goedbetaalde banen. Een voorbeeld? Iemand met mbo-4 begint al gauw met een salaris van 30.000 euro. Je werkt daarnaast in een team, wat ook een mooi aspect is.”

Kapitein hoort in rijtje van brandweer- en politieman

“Kinderen willen graag politieman worden of brandweerman. Een uniform spreekt heel erg tot de verbeelding. Een kapitein hoort voor mij ook in dat rijtje. Ik hoop dat jonge mensen dat ook gaan zien.” De scheepvaartsector verzorgt in samenwerking met andere partijen ook campagnes op scholen. Onder de slogan Zeebenen Gezocht leren jongeren meer over de kansen. “Ook in de praktijk. 14-Jarigen kunnen bijvoorbeeld een weekendje meevaren op een klipper. Zijn ze twee jaar ouder dan mogen ze een week, of twee, mee op een koopvaardijschip. Dan komen ze er snel achter of het iets voor ze is en wat hen zoal te wachten staat”, vertelt Netelenbos.

Netelenbos is nu al weer enige poos werkzaam in de wereld van de zeescheepvaart. Naast de carrièreperspectieven en werkgelegenheid, wil ze daar het volgende nog over kwijt: “De scheepvaart is een interessante wereld. We praten hier toch over Nederlands trots. Daar moet je bij willen horen.”

Related posts